Ga direct naar de inhoud.

Mensen duiven en apen 3

Duiven willen dus bij elkaar zijn en blijven maar aangezien wij daar wedstrijden mee houden waardoor ze wel uit elkaar moeten stelt zich een probleem.

Eigenschappen als ortienteringsvermogen en vertrouwen om de massa te verlaten en alleen te vliegen spelen een belangrijke rol bij wedvluchten.

Meer dan 'sneller vliegen'.

Nu heeft de ene duif van natuur die goede eigenschappen meer in zich dan de andere en rijst de vraag of we daarvan helemaal afhankelijk zijn.

Met andere woorden, kunnen we zelf iets doen om ori'nteringsvermogen en vertrouwen verder te ontplooien waarmee duiven hun voordeel kunnen doen.

Duchtig oefenen zou je zeggen zoals je op alles moet oefenen om je te bekwamen.

En dan kom je bij 'rijden'.

 

VLIEGEN .

Veel buitenlanders maken van trainen tussen de vluchten door enorm veel werk.

En wie niet mee doet komt er niet aan te pas.

Zo begon in Algarve (Portugal) Vargues 5 jaar geleden met duiven.

De eigenaar van restaurants en bars zou voor 3 miljoen euro's inkopen gedaan hebben, allemaal Belgische duiven.

Engelsen en vooral Amerikanen kopen vooral in Nederland, Portugezen in Belgie.

Ik neem kreten als 'voor 3 miljoen euro duiven kopen' niet serieus maar dat hij diep in de buidel tastte staat vast.

En in 2008, amper 3 jaar later, werd Vargues daar Nationaal Kampioen Halve Fond.

Is het dan toch met geld te forceren, hoef je geen melker te zijn als je maar centen hebt?

Zo simpel is het niet. Vargues, kampioen van POortugal en de auteur

Voordien 'maakte' hij het met paarden en honden.

Volgens hem maakten goede duiven, liefde en feeling voor dieren hem kampioen en vooral... heel veel trainen.

Mensen moeten trainen om iets te bereiken en ook paarden, honden, dolfijnen enzovoorts. Waarom zou het met duiven anders zijn? stelt hij.

Minstens eens per week worden die 150 kilometer weg gebracht.

En dus moet groot succes.

Hij doet denken aan de Hongaar Grampsch.

Die kon vroeger goed mee, ging met pensioen, reed in 2009 twee keer per week ook tot 150 kilometer en maakte de meest sprookjesachtige uitslagen.

 

RIJDEN DUS?

Rijden dus om te winnen?

Gelukkig niet.

Als je in de week een of twee keer met de duiven op stap zou moeten om te presteren zou de helft stoppen.

Denk aan het verkeer en die mensen die (nog) werken.

Velen hier kunnen er over mee praten.

In hun prestatiedrang hadden ze er alles voor over beter te presteren, ook veel rijden, en stuk voor stuk zijn ze er van bekomen.

Het bracht ze geen stap verder, maar'

We hebben het hier wel over OUDE duiven.

Waarom 'rijden' wel werkt in het buitenland en hier niet of toch veel minder?

Nergens hebben duiven zo'n vlakke thuisreis als hier.

In andere landen moeten ze 'breaken'; dat wil zeggen uit elkaar gaan bij hindernissen als bergen en meren.

En kennelijk kan je duiven trainen daarbij goede keuzes te maken.

JONGE duiven in Nederland en Belgie is echter een ander verhaal.

 

FEITEN

Onlangs kon men lezen over Stickers Donckers uit Lille.

Wat mij betreft presteren ze op de snelheid, zeker met jongen, het best van Belgie. Gewoon niet tegen te spelen.

Zowat alle duivenliefhebbers beweren in een samenspel te spelen waar de concurrentie moordend is.

Maar zij zoeken ECHT de sterkste concurrentie op; het in Antwerpen vermaarde Tienverbond.

Niemand wint er zo veel eerste en ook hun prijspercentage is duizelingwekkend.

Of hun duiven zo superieur zijn als de prestaties doen vermoeden?

Ongetwijfeld hebben die mannen heel goede maar er is meer.

 

EERLIJK

Van Vilvoorde, amper 50 kilometer, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 enzovoorts winnen zoals zij doen kan niet alleen met goede duiven, daar is meer voor nodig en deze kampioenen weten dat.

Ze komen er openlijk voor uit dat er met jongen gereden wordt dat het geen aard heeft. Daarom meen ik dat een combinatie van vakmanschap, veel trainen en uiteraard heel goede duiven de sleutel vormen voor hun onwezenlijke uitslagen.

Dat ook kwaliteit een voorname factor is blijkt uit hun uitslagen met oude waarbij trainen dus minder belangrijk lijkt.

 

LIMBURGER

Jos G uit Nederlands Limburg, hij won dit jaar 2 NPO vluchten, heeft veel angst jongen te verliezen en daarom worden die, schrik niet, geen meter opgeleerd.

Ze gaan meteen mee met de grote mand en' hij verliest amper duiven maar presteert er ook niet mee, een enkele uitzondering daargelaten.

Maar dat diens jongen klasse hebben bewijzen ze als oude.

Kwetsen ligt niet in mijn aard, daarom noem ik ook geen namen, maar neem aan dat al die mannen die met jongen enorm spelen en beweren die amper op te leren geen super kampioenen zijn maar super leugenaars.

Ik wil het niet hebben over fondvluchten maar over hen die vooral de eerste vluchten met jongen zo verwoestend uit kunnen halen, op de vitesse vaak een heel jaar.

Na een aantal vluchten, als ook andere duiven meer ervaring hebben en het verder wordt, is dat voordeel van trainen er niet meer.

 

BEWIJS

In Tilburg, Turnhout en andere streken in Belgie vliegen 'latere jongen' apart.

Die worden in de zomer samen met de oudere ervaren jongen gelost en de uitslagen tonen dat de verschillen schrijnend zijn.

Sommige concoursen duren met 'gewone vroege' jongen 6 minuten, met zomerjongen een half uur of langer.

Kan je nagaan.

 

DUS

Als vitesse met jongen voor U dus belangrijk is, train ze!

Echt groot hoeven de afstanden niet te zijn, tot een kilometer of 35 volstaat, maar je bent enorm benadeeld met minder getrainde jongen.

Kunt U dat om wat voor reden niet?

Leg U toe op de verdere vluchten of het spel met oude; de strijd met 'de rijders' is bij voorbaat verloren.

Natuurlijk hebben die specialisten ook goede, dat schreef ik eerder.

Maar die heb je ten allen tijde nodig.

Van 50 kilometer en van 1.000, met wind mee en met wind tegen.

En die Nederlanders die met hun oude tot 300 kilometer rijden en beweren dat ze mede daaraan hun faam op de fond te danken hebben?

Ik weet het niet.

                                                                                                       (slot)