Ga direct naar de inhoud.

Een lach en een traan (19-02-26)

Een lach en een traan

 'Wat mensen pech of het noodlot plegen te noemen is vaak niet anders dan eigen stommiteiten' zei Shopenhouwer.
Iets voor de eeuwige klagers.

De een verliest veel jongen, bij de ander faalt zijn constateer­systeem, een derde heeft elk jaar weer problemen met coli en bij de vierde komen de duiven na de vlucht slecht binnen. 'De kampioenen hebben nooit pech' jammert men soms, bijna verwijtend.

Fout. Ook de grootste kampioenen worden door het noodlot tegen de oren geslagen, alleen minder.
Verder liggen eeuwige roem en vergetelheid soms heel dicht bij elkaar. Kan een heel klein detail het verschil maken. Ik vergeet die voor mij gedenkwaardige 6e mei niet gauw meer.

Echt duivenweer, mijn eerstgetekende vloog zes minuten vooruit tegen 13.203 duiven (dan weet U dat ook weer) en toch... baalde ik nadien als een stekker. Vanwege iets dat wel op pech leek, maar eigen schuld was.

 ONGELOOFLIJK.

Sommigen schrokken toen ze hoorden hoe laat ik geklokt had en belden. ‘Of ik wel goed gekeken had.’
Dat had ik inderdaad. Die duif suisde zo hard binnen dat ik voor de tweede keer naar het klokje was gaan kijken. Uiteraard weer in stevige draf. Jawel hoor. De duif stond er op en de tijd klopte wel degelijk. Toen viel ook de derde getekende. Wat was me dat allemaal? De euforie was van korte duur.  

 GESTRESSEERD

De tweede duif niet gewend dat ik me zo gestresseerd gedroeg, was opgevlogen naar de nok van het dak. Ik riep en riep, maar vergeefs. Nu had ik het ‘geluk?’ dat er een bal voor het grijpen lag en deed ik iets wat ik nog nooit gedaan had; Met die bal naar een duif gooien die van de vlucht kwam, hopende dat die op zou vliegen en op de valplank lan­den. Opvliegen deed hij wel, op de valplank landen niet, integendeel. Hij was vertrokken.

'Dat moet een vreemde zijn geweest. Een duif van jou vliegt na de vlucht niet zomaar weg' zeiden 'de letters'. Dat zou dan wel, maar ik had mijn twijfels. Dat het een blauwe was zei niets. Die heb ik zo veel en die zijn er zo veel. Maar iets aan zijn manieren klopte niet voor een vreemde duif. 

 DE AFLOOP

Het eerste wat ik deed toen ik van het clublokaal terug kwam was naar het duivenhok gaan om te zien of alles in orde was en vooral of die ‘derde geteken­de’ thuis was. Nee dus. Niet thuis. Ik meende dat het een duif met toekomst was, zulke verlies je niet graag, dus ging ik weer zitten letten. Geen veer te bekennen. 

Tot ik het op gaf en met een hoofd vol onbegrip de jongen ging voeren in een hok in een hoek van de tuin. En wie zat daar? Hij dus. Fris en monter op het hok waar hij als jonge duif gezeten had.
'Dat kost je het kampioenschap' zei de ene 'letter' toen hij het hoorde.

'En geld' wist de ander. Geen van beide interesseerde me.
Die duif kreeg niet wat die verdiende, dat vond ik erg. Temeer daar het eigen schuld was. Tegelijk was ik ook blij dat hij terug was. Hoewel ‘terug’. Dan ‘terug’ van niet weg geweest.

En dan te weten dat ik zelf ooit schreef dat alleen onnozelaars met een bal naar duiven gooien die van een vlucht komen. '6 Mei gemist' kwam er op zijn 'affiche' terwijl hij in werkelijkheid een steenvroege prijs had moeten winnen.

Sindsdien kregen duiven die van de vlucht kwamen nooit meer de kans op hok binnen te kruipen waar ze eerder zaten. Vooral gevaarlijk met jaarlingen.

 EVENMIN PECH

Iedereen maakt dus fouten, zelfs mensen als Klak.
Normaal liet verzorger Cor zijn jongen altijd rond 15.00 u los, maar die dag was het zo’n fraai weer dat vrouw Marie naar zee wilde. Dus vroeg uit bed en toen was het weer al zo fraai dat hij het niet kon laten de jongen los te laten.
’s Avonds belde hij. Een derde van de jongen ontbrak en hij gaf wat adressen door met de vraag of ik zijn duiven daar op wilde halen.  De les moge duidelijk zijn.

 JONGEN DOOD

Dan was er die man die door ‘ander onheil’ getroffen was; duiven dood na een door diens dierenarts aangemaakte combi-enting tegen paramyxo en pokken. Die dierenarts had waarschijnlijk wel verstand van koeien, honden en paarden maar van duiven zeker niet.
De aanmaak van 'de combistof' vereist enige vaardigheid en, heel belangrijk (!), je mag geen duiven enten die niet tiptop zijn. Dat waren zijn duiven niet en dan te weten dat vlakbij een goede 'duivendokter' woonde die dat zeker gezien zou hebben.

 OOK NIET SLIM

‘In duiven­sport gaat het er om wie de minste fouten maakt en die gemaakte fouten ook ziet’, hoor je soms. Nog een voorbeeld van wat ikzelf eens verkeerd deed: Twee betere kweekdoffers hielden op veel te jonge leeftijd op met bevruchten. Dat is dubbel 'prijs' omdat je daar je beste duivinnen tegen zet waarmee dus ook een jaar ver­loren gaat. Pech? Nee hoor. Men weet wat vaak gebeurt als je enkele ‘goede’ hebt:
Je krijgt vrienden uit soms onverwachte hoek. Allemaal willen ze duiven en allemaal van de beste, in dit geval van die twee doffers. Ze waren ‘leeg gemolken’ en daar betaalde ik nu een prijs voor.

 KAN OOK

Overigens miste eerder genoemde vooruitvlieger de week nadien bij hetzelfde fraaie weer zijn prijs. 'Dat kan de beste overkomen?' Inderdaad, maar in dit geval had ik het kunnen weten. Als ik twijfel over de vorm let ik altijd op het trainen.

Na diens zege ging hij enkele keren als laatste het hok uit als er getraind werd en met zulke heb ik alleen maar slechte ervaringen. Zo ook nu. Hij miste niet alleen, hij was ook zwaar gepoeld, want dat deed je toen met goede als mooi weer werd voorspeld. En zo zal er altijd wel wat zijn. Duivensport is vandaag een lach en morgen een traan; zoals in andere sporten en heel het leven eigenlijk!
Op de Olympische spelen kwam Belgische Sabrine Tas niet op het podium.
De vier snelste vrouwen finishten binnen een halve seconde, zij als vierde.
En dat op de 5.000 meter! Dat houd je toch niet voor mogelijk?
Vroeger betekende een halve seconde na de winnaar voor je Goede Blauwe de 2e prijs. Nu is dat soms te veel en liggen ook in duivensport de lach en de traan soms dicht bij elkaar. Onthoud de lach en vergeet de traan.

Ook beter voor je gezondheid.