Ga direct naar de inhoud.

Nogmaals bad (05-05-26)

Plots viel er een duif

Met X zat ik begin maart, op een van die mooie dagen, in de tuin.
We kennen elkaar nu 37 jaar. 
Je kan alleen zo lang met iemand bevriend blijven als je wederzijds elkaars gebreken en tekortkomingen accepteert. Ook belangrijk voor een goed huwelijk.
Wat mezelf betreft heeft het mogelijk te maken met mijn onderwijs verleden. Want hoe vaak heb ik tegen een student die niet goed was in mijn vak wel niet gezegd ‘ja maar jij bent weer goed in….’.

EYERKAMP
Zo heb ik al vele jaren goede contacten met Hans Eyerkamp, de grondlegger van de zaak en de succesvolle kolonie duiven.
De familie gaat dit jaar ook op de hokken van Andre Roodhooft spelen zoals men verleden jaar hier kon lezen. Of Hans nog kan gaan genieten van de aankomst van de duiven is helaas te bezien.
Senior is immers al even in de 90.
‘Zouden die mannen er ook gaan slagen?’ vroeg X.
‘Vrees voor de liefhebbers daar van wel’, antwoordde ik.
In een halve eeuw is immers veel veranderd.
Zo hoor je Antwerpenaren niet meer zeggen wat ze jarenlang deden als een buitenlander daar met duiven ging spelen: ‘Laat maar komen. Zal niet lang duren. Die gaat op hangende pootjes terug. Het gaat hier niet als daar’.
Wat ze daarmee wilden zeggen was dat hun duiven zo veel beter waren, dus meer concurrentie ook. Dat kreeg ook ik te horen en wel van dezelfde mensen die me/ons later ‘buiten wilden hebben’. ‘We lagen’ (onze locatie was) te goed.
De beheerder van een bekende website in Belgie in een mail:
‘Goed spelen is plezant, proficiat, maar zo als jullie hoeft ook weer niet. Dat is de sport om zeep helpen.’

‘GEHEIM’
Maar we dwalen af. De Eyerkampen zijn zo succesvol in zaken en in (commerciële) duivensport omdat ze weten hoe belangrijk het is zich te omringen door goede mensen. Vooral ook als je beperkt bent.   
‘A good man knows his limitations’, dixit Clint Eastwood en in hun geval was die beperking; beschikbare tijd.
Ze gingen zoeken tot in Kroatie om daar ene Oliver Sabol op de kop te tikken. Het bleek een schot in de roos.
Nu gaat die proberen in de regio Pulderbos de Nederlandse eer hoog te houden. Een geruststelling voor de spelers daar is dat de Eyerkampen niet de mensen zijn om successen af te dwingen met de massa. Met 250 duiven zal men Oliver zeker niet aan de inkorftafel zien verschijnen.

WILDE DUIF
We zaten dus in de tuin toen een houtduif op een erker viel.
Heel even maar en hij was weer weg. Het was niet zo’n grote, logge luie houtduif zoals je die (hier) nu zo veel ziet. Deze was strak, slank, kleiner zo leek het, en schuw.
Dit was nu eens een houtduif zoals ze in onze jonge jaren allemaal waren.
Ook het glanzende verenpak viel op. Veel liefhebbers zouden willen dat hun duiven  zo blonkern.
Het verschil tussen wel of geen glanzende zachte pluimen is vooral wel of niet baden, zo kon men hier eerder lezen.
Houtduiven krijgen van ons geen bad, ze nemen er zelf wel een, al is het in de vorm van een stevige plensbui.
En duiven op gezette tijden in een emmer water dompelen, zoals sommigen doen?
Heeft amper zin omdat ze de pluimen niet spontaan op steken en het water niet komt waar het zou moeten. Op de huid dus.

NOG DIT
Houtduiven leken vroeger dus vitaler en gezonder.  
Toen vond je nooit een nest met maar èèn ei er in, of maar èèn jong.
Evenmin hoorde je in het nest jongen piepen of snotteren. Integendeel:
Altijd lagen ze strak en doodstil groot te worden.
Hoe anders is het bij sommige sportgenoten met hun gecultiveerde postduiven. Ondanks zorgvuldig samengesteld voer, kristal helder water, grit, vitamines, entingen en weet ik wat al niet meer. Terwijl houtduiven hun plan maar moeten trekken, niet alleen minder goed voer hebben en die supplementen moeten missen maar het bij sneeuw soms dagen lang helemaal zonder voer moeten stellen.  

KLAK
Graag een bad nemen getuigt van vorm, zo weten we allemaal.
Een verklaring heb ik niet, maar het is zo.
Is er vorm dan duiken ze al in bad terwijl je het nog aan het vullen bent.  
En geen probleem als er voor sommige duiven in het bad geen ruimte is.   
Dan doen ze hetzelfde als de duiven IN dat bad, ze gaan liggen, maken met de vleugels dezelfde bewegingen en ‘schudden zich uit’.
Soms zie je zulke taferelen zelfs in het hok tegen de drinkbak. Ze zouden er in kruipen als ze konden.
Bij Klak, vedette tegen wil en dank, ben ik de laatste jaren voor het elektronisch klokken zijn intrede deed diens duiven gaan klokken, soms met de fiets (2 x 25 km). Kwam mooi uit, wij speelden op zaterdag en hij (in een andere afdeling) op zondag.

ONTHOUDEN
Wat mij van daar is bij gebleven waren vooral drie dingen:
- Na thuiskomst van een vlucht kregen ze meteen een bad.
- Aan het letten zelf was weinig lol te beloven want nooit maakte ik mee dat duiven ‘uit de lijn’ kwamen. Ook de vroegste niet. Zo wil je duiven niet aan zien komen.
- Opvallend ook dat de concoursen er zo veel langer duurden dan in Midden of West.  
‘Slechte duiven’, zei men daar. De Oost Brabanders zelf wisten beter:
Te weinig vluchten met jongen. Mogelijk hadden ze gelijk. Streekgenoot Jos Leuris presteerde in Midden immers enorm met duiven die hij in de regio Reusel haalde.
Maar zo ver denken velen niet na.
In Midden Brabant komen de duiven veel ‘rechter’ maar nog lang niet zoals het zou moeten. Dat doen de duiven van de Belgen hier wel.
Jan Broeckx heeft nog een tijd in Nederland (in ‘mijn’ club in Baarle Nassau) gespeeld en tegelijk ook in Turnhout (Belgie). Toen hij en Marleen een keus moesten maken hoefden ze niet lang na te denken:
Het werd Belgie, al was het maar om meer te genieten van de aankomsten van de duiven, zowat allemaal uit de vliegrichting, zelfs de nakomers.
Denk dat de Eyerkampen en ook Sabol gaan genieten van wat voor Belgen vanzelfsprekend is, de abominabele wegen moeten ze er maar bij nemen.
Een mens kan niet alles hebben…      
In Nederland zou het trouwens dezelfde kant op gaan wegens geldgebrek voor herstelwerkzaamheden nu. Dat zou evenwel nog 50 jaar duren en vraag is of duiven van vluchten aan zien komen dan nog een thema is.