Proberen kloof te dichten (05-05-26)
Kloof proberen te dichten
Het seizoen is nog jong en opnieuw zagen we al uitslagen die bizar goed waren.
Bijna buitenaards. En de niet presterende liefhebber stelt zich vragen.
- Hebben die mannen zo veel betere duiven?
- Of zijn ze zo veel beter als melker?
En te vrezen valt dat straks, met jongen, de verschillen nog groter zullen zijn.
In mijn tienerjaren werd het jonge duivenspel populair omdat 'iedereen gelijke kansen had'. Maar die tijd ligt ver achter ons.
Vanaf begin 90-er jaren leek het gedaan met 'iedereen gelijke kansen', er ontstond een kloof die elk jaar groter werd.
‘Domineren met jongen heeft weinig met kwaliteit te maken’, meenden sommigen. En ze plakten de 'sterspelers' van toen een stempel op: ‘Jonge duiven specialist'.
OOK VROEGER
Die ‘specialisten’ werden steeds professioneler en raasden als een trein over de harten van de hobbyisten. Presteren werd de norm, daar had men veel voor over, aan sentimenten had men geen boodschap.
Een kleine minderheid kreeg de rest in een wurggreep, een betreurenswaardige en kwalijke ontwikkeling, zo zou blijken.
Want duivensport zou gaan schreeuwen om meer evenwicht.
Het is nu eind april.
Al gauw begint het spel met jongen.
Dienaangaande kennen insiders en streekgenoten mijn verleden, die weten dat me verboden werd te poelen en me later zelfs werd gevraagd me te beperken.
Ik ga proberen de duizelende liefhebber meer houvast te bieden.
Natuurlijk is er niet voor iedereen een pasklaar antwoord op al zijn vragen en problemen. Elke duif is anders, elke liefhebber is anders en elk hok is anders.
Röntgenfoto's maken van de ziel van duif of liefhebber gaat nu eenmaal niet en verder bestaat er ook niet zo iets als 'HET systeem'. Wie daarin gelooft staat, voor hij het weet, op het gladde ijs van de aangetoonde verschillen tussen de ene 'specialist' en de andere.
NIET VLIEGEN
In deze tijd, nu de jongen enkele maanden oud zijn, komen vaak de eerste problemen: Met name: Jongen die aan huis voor geen meter willen vliegen.
Sommigen maken zich zorgen en vragen zich af of ze een stelletje luiwammesen hebben gekweekt dat straks niet in staat zal zijn prijs te winnen.
Die zorgen zijn niet nodig: Tegenwoordig heeft zowat iedereen winter jongen, die ruien in maart en april (dat is niet normaal voor vogels in het voorjaar) en… duiven die ruien vliegen niet. Niet in september en niet in het voorjaar. Niet rond het hok en geen prijs.
MISSCHIEN ZIEK?
En trainen is goed, voor mens en dier.
Het bevordert de eetlust en zal de spieren, longen en andere organen die belangrijk zijn voor de ontplooiing tot volwaardige wedstrijdduiven doen ontwikkelen.
Zijn jongen eetlustig, is de mest goed, zijn de kelen in orde dan hoeft men zich geen zorgen te maken.
Voelen 'jongen die niet trainen' daarentegen slap aan, eten ze weinig, verteert het opgenomen voer slecht of wordt dat zelfs uitgebraakt en staat de rui stil dan mag je aannemen dat je een probleem hebt.
Zulke duiven nemen ook geen bad, duiven die niet 'in regel' zijn nemen nooit een bad. Er kan sprake zijn van tricho en veel is te zien aan de mest. Hoe kleiner hoe beter, hoe groener hoe slechter. Te groene mest is vaak slijmerig en kleverig, blijft aan de krabber plakken. Jef Carlens destijds: ‘Van duiven hoef je niets te kennen als je maar verstand hebt van stront.’
OOK
Heb ook jaren gehad dat jongen ook later, nu in geruid, geen meter vlogen.
Ik nam aan dat ze tegen geel en maag/darmstoornissen ‘aan hikten’.
Een kuur met Ridsol S èn Altabactine (nu beide uit de markt maar wel te vervangen) en voer met de helft gerst deed wonderen. Ze trokken zich strak, werden hongerig,
de mest werd terug goed en… ze begonnen spontaan te trainen.
PECH?
Duiven moeten in de eerste levensmaanden manieren leren. ‘Zich vuugen’ zei Janeke Janssen altijd. Wat dat betreft zijn het net mensen. Elke opvoeder weet hoe belangrijk een goede gewoontevorming in de prille jeugd is. Een kind dat al jong geen goede houding is aangeleerd is heel moeilijk op het rechte spoor te brengen.
Met duiven is het niet anders.
Heb ooit heel wat gesakker en geknars van tanden gehoord.
'Vanwege zoveel tegenslag. De duiven waren op tijd, maar dat binnenkomen. Een ramp!' En vertwijfeld vraagt men zich af waarom juist zij die verdomde pech hebben een soort te bezitten dat zo slecht luistert. Zo’n ‘soort’ hebben die lui natuurlijk niet.
Er zullen best wel van nature slechte binnenkomers zijn, maar de meeste worden zo GEMAAKT! Door de liefhebber.
Bij de specialisten komen de jongen goed binnen. Met slechte binnenkomers kan je immers niet goed spelen!
PERCEPTIE
Veel draait in duivensport om perceptie. Alles zien.
Kijk hoe de kampioen met zijn duiven om gaat. Hoe ze hem kennen en hij de duiven.
Heb je daarentegen te maken met iemand die de duiven amper beet kan pakken, die bezeten van een panische angst het hok uitstuiven als ze de baas zien dan is dat met absolute zekerheid geen kampioen, geen 'specialist'.
Het is de logica zelf. Hoe kun je van duiven verwachten dat die zich hechten aan het hok, daar aard hebben, als ze op datzelfde hok bang gemaakt worden?
Je krijgt medelijden met man en duiven als je sommigen bezig ziet.
Tussen de benen door of tegen het raam weet men een duif nog net bij een poot of vleugel te grijpen. Een regen van pluimen vormt het ronddwarrelend bewijs van de onkunde van de liefhebber. Je moet wel een groot opportunist zijn om van dergelijke duiven te verwachten dat ze binnen stuiven van een vlucht.
HALVE GARE
Droevig om te zien hoe een ogenschijnlijk normaal mens kan veranderen in een vreemd wezen als duiven van een vlucht komen.
IJsberend loopt hij heen en weer, pareltjes zweet op het voorhoofd.
Met van zenuwen overslaande stem roept hij 'kom kom', terwijl de duif die het eindelijk waagt op de klep te landen niet zelden een lading voer over zich heen krijgt gestort. Zodat nog meer tijd verloren gaat.
Ondertussen zijn er soms nog duiven bijgekomen die het ook niet 'snappen'. Waarom die man zo anders is. Zo schreeuwt, zo rammelt met zijn voer bus of zelfs zijn toevlucht neemt tot het gooien van kluiten zand of steentjes. Arme duif en arme liefhebber! De baas moet (voor de duif) bij het hok horen als de drinkbak. En die is, op de dag dat gevlogen wordt, hetzelfde als altijd. De baas zou de drinkbak als voorbeeld moeten nemen!
