Vorm en zo (05-05-26)
Vorm en zo
Ik noem X, een groot kampioen, maar liever een goede kennis.
Want vrienden? Echte op wie je kunt rekenen, die kunnen zwijgen en praten op het gepaste moment en tegen de gepaste personen?
Wees er zuinig op, die zijn schaars.
Wel die ‘goede kennis’, die grote kampioen dus, zei altijd:
'Als je ziet hoeveel fouten ik nog maak, wil ik dat bij anderen wel eens zien.
En dan zijn dat nog de fouten waarvan ik wéét dat ik ze maak.
GETEKENDEN
In mijn omgeving wordt anno 2026 alleen nog gespeeld voor de pret.
Het geld is zo goed als verdwenen uit de sport, kampioenschappen heeft liefhebbers hier nog nooit erg geïnteresseerd.
Zeker nationale kampioenschappen niet. Omdat liefhebbers niet dom zijn en maar al te goed beseffen hoe betrekkelijk die zijn vanwege zo veel verschil in concurrentie en geen gelijke kansen.
Neem 25 april jongstleden. Prachtig weer met overal een zwakke tot matige noordoostenwind. De snelheden van de winnaars varieerden van 1.400 tot 1.280 mpm. De concoursduur van amper 10 minuten tot een half uur.
Die verschillen zag je zowel in Belgie als in Nederland.
Om Nationaal kampioen te worden woon je best in een streek waar de concurrentie weinig voor stelt. Om betere duiven te krijgen speel je dan weer best tegen sterke concurrentie.
VERSCHILLEND
Ieder beleeft op zijn eigen manier lol aan de sport. Speelt men graag om bekers?
Als je er lol in hebt vooral blijven doen.
Besef dan wel dat die Nationale Kampioen in Belgie gelijk had toen die, met zijn 6 prijzen/punten zei: ‘Niet de man die het best speelt wordt kampioen, wel degene die het best zijn getekende aan wijst.’
De een is daarin inderdaad handiger dan de ander.
Ooit was ik ook iemand ‘die het kende’, maar dat was slechts schijn, een andere keer werd ik uitgelachen vanwege bijna alles in de prijzen behalve de goede getekenden.
Na mijn huwelijk, op mijn nieuwe adres en amper 4 jaar duiven, kende ik het.
Ik was in de club toen nog niet eens de beste maar werd wel Afdelingskampioen tegen toen nog enkele duizenden liefhebbers.
Hoe dat kon? Ik had drie echt goede duiven die zelden misten en een reeks andere die zelden prijs wonnen. De grootste idioot zou het toen gekund hebben.
ANDER VOORBEELD
Toen ik, lang geleden alweer, van Chartres (S-Nationaal) aan de vijfde prijs mijn drie eerst getekende had en van Orleans mijn twee eerstgetekende de eerste serie twee NATIONAAL wonnen kende ik het ook, zo werd in een reportage gezegd.
Amper twee jaar later had ik meerdere goede die ik al gauw niet meer vooraan durfde zetten omdat ze dan misten. Na zo’n misser kregen ze de vlucht die volgde een lagere plaats op de poelbrief, en, velen kennen dat, toen waren ze er weer.
Je hebt van die jaren dat je geen goed kan doen.
Driekwart van de duiven in de prijzen pakken en net de twee of drie eerstgetekende niet?
Het gebeurde me vaker. Vooral in jaren dat je meerdere goede hebt maar geen supers.
Een super noem ik een duif waarvan je bij goed weer kunt zeggen 'die wint vandaag de eerste' en die dat nog waar maakt ook.
NIET NAAR BUITEN
Zo herinner ik me die twee blauwe doffers nog.
Ze hielden (in de club) elkaar herhaaldelijk van de eerste prijs.
Ze huisden naast elkaar maar dat leidt bij duiven zelden tot vriendschap, ook nu niet,
getuige hun bij tijd en wijlen bebloede koppen.
Halverwege het seizoen dan gebeurde iets merkwaardigs.
Als ik de duiven uitliet vertikten ze het naar buiten te gaan.
'Omdat ze bang zijn dat de ander bezit neemt van hun bak, pure gehechtheid aan het eigen territorium, extra gemotiveerd,' zo dacht ik. En ze kregen, als 2 eerstgetekende wat extra kruisjes mee op de poelbrief toen die vlieg dag kwam met ‘duivenweer’.
Bijna alles vloog prijs behalve... de twee eerstgetekende!
En als duiven missen zijn liefhebbers vindingrijk in het zoeken naar excuses.
Ik heb er ooit eens een aantal opgeschreven.
Ongelooflijk. Van ‘het huis opgeverfd’ tot ‘’s nachts het licht vergeten uit te doen’.
Die twee doffers trainden wel maar alleen nadat ik ze buiten gesmeten had.
Gebrek aan vorm was de enige verklaring en ik had mijn les geleerd.
Duiven die niet spontaan naar buiten knallen? Ik maak mezelf niets meer wijs.
Al te vaak kreeg ik het deksel op de neus.
EN OPNIEUW
Zo had ik ooit mijn ‘goede oude’. Een duif waarop je kon bouwen.
Tot het jaar waarin het wat minder werd. Vanaf de eerste vlucht stelde die teleur.
Aan de duif was uiterlijk niets mis.
Zo'n ervaren duif die er ineens niets meer van bakt?
'Hoe is het mogelijk?' vroeg ik me af en deed weer iets doms.
Omdat hij eerder bewezen had de afstand aan te kunnen besloot ik hem in te manden voor een fondvlucht. En wat dacht je?
Kwam hij op de halve fondvluchten dat jaar minuten te laat, nu waren dat geen minuten, ook geen uren maar twee dagen!
Duiven die in voorgaande jaren bewezen klasse te hebben en nu falen dan maar ‘naar de fond sturen’, is het lot tarten.
DOM
Als duiven door hun prestaties bewijzen vorm en klasse te hebben kan veel.
Dan kunnen ‘HaFo duiven naar de kleine fond.
‘De goede oude’ had bewezen klasse te hebben maar, nu ook bewezen, geen vorm.
Zulke houd je beter thuis. Als je duiven in handen krijgt moet je schrikken zo goed ze er uit zien. Ik hoor nu, begin mei, liefhebbers die minder presteren ook zeggen, ‘het komt nog wel, als het warmer wordt’.
Het komt zelden. Het belang van vorm zie je op de Nationale vluchten voor jongen.
De uitblinkers zijn bijna zonder uitzondering liefhebbers die voorheen ook prima presteerden. Verrassingen zijn er bijna geen.
VLIEGEN
Nu herinner ik me ook die vlucht met jongen dat zo wat alles prijs won, behalve de drie eerst getekende. Zo iets kan geen toeval zijn en dat was het ook niet.
Het waren de enige drie met een nestje.
Ik liet mijn jongen dat jaar steeds vroeg los.
Gevolg: Die drie hadden een hele week niet gevlogen, omdat ze ’s morgens op nest zaten, ze waren zelfs niet buiten geweest!
Het brengt ons bij een van de voordelen van spelen met gescheiden geslachten. Dan kan zo iets niet gebeuren omdat ze trainen. Duiven die het hok niet uit willen en niet trainen zijn kansloze duiven!
Zowel jong als oud.
