| De gevreesde inzinking
Weduwnaars die het na enkele weken ineens af laten weten is een probleem
zo oud als het weduwschap zelf lijkt het wel.
Sommigen menen dat zo'n inzinking zo onvermijdelijk en vanzelfsprekend
is dat ze ‘in in ploegen’ spelen.
Op verschillende tijdstippen maken ze verschillende hokken weduwnaar
met de hoop dat het ene hok vorm krijgt als het andere het af laat weten.
Is die terugval inderdaad eigen aan weduwschap en krijg je daar automatisch
mee te maken?
Kijk je om je heen dan vind je het antwoord:
Heel sommigen razen van de eerste tot de laatste vlucht onverdroten voort
met dezelfde duiven.
Waarom zij en anderen niet?
SPELLETJE BEU?
Weduwnaars zouden er de brui aan geven omdat ze het spelletje beu zouden
worden.
De motivatie zou verdwijnen.
Het is de vraag of dat zo is.
Want naast minder enthousiast trainen, het ‘minder scherp’ zijn,
constateer je vaak ook andere zaken.
Ze zitten niet strak, hebben ruwe halzen, rode kelen ‘met draadjes’,
soms ook slijmen, de kleur van het borstvlees is niet goed en vertoont
schilfers.
‘
Slecht vlees’ en schilfers gaan trouwens meestal samen.
Die zaken wijzen niet op ‘het spelletje beu worden’ wel op
een gebrekkige gezondheid.
De duiven hebben een infectie onder de leden, misschien maar heel licht,
en ver hoef je dan niet te zoeken.
Bijna steeds is sprake van geel of problemen met de kop!! Vaak zelfs
beide.
KWALITEIT
Overigens heeft gezondheid ook met kwaliteit te maken.
Zo hebben goede duiven meer natuurlijke weerstand.
Zet pakweg 25 duiven twee dagen in een mand en zie in wat voor troep
ze dan zitten, hoe verpikt ze zijn.
En dat zijn dan nog duiven van jou alleen.
Op weg naar de losplaats echter zit alles in dezelfde mand. De zieken
naast de gezonde, de sterke naast de zwakke, de goede naast de slechte.
Alles op dezelfde houtkrullen, tussen dezelfde ziektekiemen, ze drinken
van hetzelfde water en hebben te maken met dezelfde onvermijdelijke vermindering
aan zuurstof.
Kennelijk zijn niet alle duiven daar even goed tegen opgewassen.
Daarom moet men middels selectie streven naar een soort dat minder vatbaar
is voor allerlei ongemakken die ze in een reismand belagen.
De relatie gezondheid en kwaliteit speelt ook bij sportmensen. Sommigen
zouden beter uit de verf komen als ze minder vatbaar zouden zijn voor
ziektes of blessures.
Zo wordt bij voetballers rekening gehouden met ‘blessuregevoeligheid’ bij
een transfer of contract. Wat ik wil zeggen is dat klasse er niet uit
zal komen als die 365 dagen per jaar voor de voeten gelopen wordt door
een haperende gezondheid.
KAN NIET
Omdat motivatie, klasse en gezondheid met elkaar te maken hebben is een
antwoord op de eeuwige vraag ‘kunnen ze het niet of zijn ze niet
in orde’ vaak niet eenvoudig. Alleen als duiven zo ongenadig
slecht presteren dat ze amper papier raken ligt een verklaring voor
de hand.
40 Duiven mee en slechts enkele schamele staartprijsjes winnen kan niet.
Dan is er meer aan de hand dan gebrek aan klasse, dan zijn duiven niet
gezond.
Als enorm slecht wordt gespeeld heeft het ook geen zin andere duiven
aan te schaffen.
Je moet een goed dierenarts raadplegen of een ervaren liefhebber vragen
eens naar je hok te komen kijken. Of misschien moet je bij jezelf te
rade gaan.
Heb je duivensport wel in de vingers? Zie je alles wel?
GEEL
Ik noemde geel. Daarvoor moet je constant waakzaam, het is een voortdurende
bedreiging.
Tijdens het seizoen elke week een dag kuren of elke maand drie dagen?
Hangt er van af.
Probleem met geel is dat de ene duif vatbaarder is dan de andere en ook
dat je er niet preventief tegen kan kuren.
Een duif die je vandaag geelvrij maakt kan zich morgen herbesmetten!
Daarom zit in de wekelijkse kuur geen logica, niet in de tweeweekse en
niet in de maandelijkse.
Het is om die reden dat ik niet handel volgens de kalender.
Bij ‘bloedvorm’ durf ik helemaal niet kuren zoals in mogelijk
mijn beste jaar met oude, 2000. De duiven presteerden zo enorm dat ze
geen geel konden hebben.
Dat enorm presteren kon alleen omdat ze vorm hadden en duiven in vorm
medicijnen toedienen is even dwaas als te laat ingrijpen.
DE KOP
En dan ‘de koppen’.
Dat is naast ‘de nieuwe jonge duivenziekte’ het probleem
van deze tijd lijkt het wel, voor sommigen een ware nachtmerrie omdat
geen enkel medicijn succes garandeert.
Toen ik een vooraanstaand wetenschapper van de R.U.G. eens vroeg of hij
de liefhebber iets aan de hand kon doen om hem voor eens en altijd van
kopziektes af te helpen was zijn antwoord even ontnuchterend als helder:
@C9=Medicijnen tegen kopziektes die succes garanderen bestaan niet. Elk
hok behoeft een eigen aanpak. Want het is herpes hier, chlamydia daar
en ornithose of andere bacteriologische infecties elders.
Dat verklaart waarom een bepaald medicijn op het ene hok spectaculaire
resultaten geeft en elders elke uitwerking mist.
Daarom moet je bij problemen niet van dierenarts veranderen als een eerste
medicatie niet helpt. Als zo’n man het mis heeft zal hij daaruit
zijn conclusies trekken en een andere weg inslaan waarmee je wel geholpen
bent.
UITZIEKEN DAN?
Medicijnen moet je mijden, die zijn ontworpen om zieke duiven te genezen,
niet om gezonde duiven harder te doen vliegen, maar.. De tijd van graan
en water is voorbij.
Wie meent dat je in moderne duivensport kan pieken op een manier zoals
in grootvaders' tijd moet snel uit dromenland gehaald worden.
Of zouden bijvoorbeeld haarwormen niet kunnen leven in de ingewanden
van een superduif?
De kampioen van altijd die tegelijkertijd ‘graan en waterman’ was
is al lang van de aardbodem verdwenen.
Graan en water preken of ‘uitzieken’ propageren is mensen
illusies aanpraten.
In een naburig dorp vielen bosduiven dood uit de nesten vanwege geel.
Overwegende dat die al even lang aan het uitzieken zijn als ze in de
vrije natuur leven kun je uitrekenen hoe lang men aan uitzieken zou moeten
doen om een stam duiven te krijgen die ongevoelig is voor geel: Een eeuwigheid
en nog wat.
Honderden jaren ‘uitzieken’ en natuurlijke weerstand opbouwen
hadden immers als resultaat dat geen bosduif in leven bleef.
‘
Uitzieken’ tegen kopziektes doe je na het seizoen met rust, vrijheid
en veel zuurstof. Uitzieken tegen paratyfus, wormen, geel enzovoorts
laat je beter over aan de concurrentie.
TOT SLOT
Een veelgehoorde klacht is dat weduwnaars na enkele weken spel ‘niet
meer eten’.
Zouden ze daarom niet meer presteren?
Minder eetlust kan een gevolg zijn van trichomoniase (weer dus) of van
fouten bij het voeren (in het begin van de week te veel).
Je moet gezonde duiven die ‘niet eten’ gewoon minder voeren
en ze krijgen vanzelf honger.
Inzinkingen kunnen ook met het hok te maken hebben.
Een hok kan bij het weer van vandaag goed zijn maar slecht bij andere
weer.
Een kampioen voelt die dingen aan en grijpt in.
Dus een kampioen maakt geen fouten met voeren, die voelt aan wanneer
er gekuurd moet worden en zorgt voor een hok dat het optimale zoveel
mogelijk benadert.
Heb je dat gevoel nog niet?
Dan zou ik adviseren eerst leren duiven gezond te houden of beter nog
in vorm alvorens andere te kopen.
Want zelfs de beste duiven van de wereld zullen niet of slechts incidenteel
uit de verf komen op het hok van iemand die ‘het’ niet in
de vingers heeft.
En kuren tegen wormen, coccidiose, kopziektes, paratyfus, coli enzovoorts ‘voor
de zekerheid? Om safe te zijn? Dat is geen medische begeleiding maar
duiven naar de knoppen helpen!
Schaerlaeckens
© Ad Schaerlaeckens |