| Orleans,
the race
Of ik voor deze uitgave een artikel wilde schrijven
over de roemruchte Orleansvlucht werd me gevraagd. Ik had er wat moeite
mee.
Want er is zo veel over te vertellen, er zijn zoveel jaartallen, namen,
cijfers, records, statistieken enzovoorts dat een beetje volledigheid
al zou leiden tot een boekwerk en dat was nu ook weer niet de bedoeling.
Daarom is het verhaal een beetje persoonlijk geworden.
Een mix van feiten, persoonlijke ervaringen en dingen die ik leerde.

TOEN AL
In mijn kinderjaren had duivensport in het dorp waar ik woonde een grote
impact op de samenleving. De buren links, rechts, achter en tegenover
hadden duiven en ook de collegae van mijn vader, diens vrienden en mijn
ooms.
De vroegmis op zondag was voor de duivenliefhebbers die zich nadien verzamelden
op het kerkplein om voorbeschouwingen te maken op de vlucht van die dag.
Toen al was Orleans jonge duiven DE vlucht.
De eerste werd gehouden in 1953 maar toen was ik zelf pas van de borst
en wat ik er van weet is van horen zeggen en lezen. Velen waren tegen,
het zou te ver zijn voor jongen, en de pessimisten leken gelijk te krijgen;
de eerste vlucht werd een regelrechte ramp.
Maar de initiatiefnemers gingen door. P van Geloven, P Bertels, C Weymans,
Jan Simons zijn de namen die ik me herinner van het eerste uur. Ze woonden
in Tilburg want het was daar dat het hart van Orleans klopte. Ze wilden
van Orleans de kers op de taart maken van het opkomende jonge duivenspel.
LOKKERS
Derbyringen waaraan grote prijzen verbonden waren en prijzen in natura
moesten de mensen warm maken en dat lukte.
Al gauw vond een beetje liefhebber het aan zijn stand verplicht te kunnen
pochen met horloges, services enzovoorts gewonnen op Orleans.
Die prijzen werden destijds in de Stadsschouwburg in Tilburg uitgereikt.
Kan je je dat voorstellen? De stadsschouwburg?
Aanvankelijk was Orleans nog een groot landelijk concours maar de inrichters
begrepen al gauw dat men in het noorden kansloos was tegen de grensbewoners.
Daarom werd het land opgedeeld in sectoren en nu werd de populariteit
echt ongekend.
De deelname groeide explosief en ontaardde in een soort zonsverduistering
in 1978 toen liefst 200.000 duiven tegelijk het luchtruim kozen.
En in alle uithoeken van de wereld waar met duiven gespeeld werd sprak
men met ontzag over Orleans jonge duiven in Nederland.
De vlucht werd het uithangbord van de Nederlandse duivensport.
KOORTS
Reeds in mei sprak men over Orleans. Als de oude duiven niet presteerden
moest Orleans het seizoen redden. Het verloren poulegeld, en vroeger WERD
nog gepould, kon van Orleans in een klap teruggewonnen worden. ‘Orleanskoorts’
werd een begrip in duivensport.
De weken voor Orleans probeerde men jonge duiven eitjes onder te schuiven,
de dagen er voor werd heen en weer gefietst, gereden en gebeld om kleine
jongen en de weersvooruitzichten werden lang op voorhand nauwlettend in
de gaten gehouden.
Ambitieuze liefhebbers wilden zich op nationaal niveau bewijzen, dan wist
men meteen waar men stond, maar ze beseften terdege hoe belangrijk bijvoorbeeld
de wind was. Door de wind kon het gebeuren dat er vluchten waren waarbij
de prijzen in Zeeland al verdiend waren als men in Limburg nog moest beginnen
en omgekeerd.

1976
1976 Was voor mij een gedenkwaardig jaar. Uit een eitje dat ik van de
Janssens had gekregen(!) kwam een schitterende duivin waar maar een ding
aan mankeerde. Ze kon geen platte prijs winnen.
Toen kwam Orleans. Bloedheet was het met de wind van voor. Het duifje
vloog 10 minuten vooruit en zou de stammoeder van het hok worden. ‘En
ze had nog tegen de draad gevlogen ook’ wist wijlen Louis K. Ik
kon een lach nauwelijks onderdrukken.
Bij aankomst staken inderdaad wat pluimpjes in de nek overeind maar dat
was van de destijds vermaarde spuit van dr. V d Brink.
Zowat iedereen liet destijds zijn duiven spijten, zowat iedereen hield
dat voor zich en ik was niet beter dan zowat iedereen.
Veel Orleanswinnaars waren gespoten, dus moest dat spuitje wel iets doen.
Dachten we. Maar het was de wet van de getallen.
Als zo veel duiven gespoten waren was het eerder normaal dat dat ook met
de winnende duif het geval was. Van 1976 tot 1981 werd elk jaar de eerste
prijs gewonnen, in 1982 echter waren vier clubgenoten me voor maar nog
stond ik Nationaal 11e geklasseerd.
Wat de ligging dus al niet vermag.
DE ‘01’
In de rijke historie van Orleans werden heroïsche zeges behaald,
onwezenlijke uitslagen gerealiseerd en fantastische duiven verloren. In
1977 stuntte Harrie Verheyen uit Chaam met zijn fantastische ‘01’,
nog een kleinkind van de legendarische ‘05’ van plaatsgenoot
Vermeulen.
Ik zal het nooit meer vergeten.
Twee weken voor Orleans was de ‘01’ al de snelste van de lossing
en bracht een pak geld mee naar huis. Een week voor Orleans moest hij
weer mee, iets wat in die tijd hoogst ongebruikelijk was, en... hij won
weer de eerste. Voor Orleans werd zwaar weer in het vooruitzicht gesteld.
Clubgenoten hadden Harrie bezworen dat twee weken oprij de eerste winnen
het summum was. Drie keer kon je vergeten. Tot veler verbazing echter
verscheen Harrie met de ‘01’ aan de inmandtafel voor Orleans.
Hij was opnieuw de snelste van de lossing. Nu niet van 15.000 duiven maar
van ongeveer 100.000.
Dat de ‘01’ zich in Japan zou ontpoppen tot een enorme kweker
verbaasde mij niet.
1981
1981 Was een gedenkwaardig jaar voor de Nederlandse duivensport.
Ondanks ogenschijnlijk mooi weer werd Sint Vincent een catastrofe zonder
weerga (gewonnen door Victor Emmanuel Otto weten mensen met een goed geheugen)
en datzelfde gold voor Orleans en Bourges in Belgie, dezelfde dag gevlogen.
De dag van lossing kwamen er maar enkele duiven door en de vlucht moest
een week na lossing reglementair gesloten worden. Wij vlogen op zondag
en diverse keren kwamen de duiven terug met de auto vanwege slecht weer.
In mijn afdeling had je toen de zogenaamde zaterdagvliegers. Die hadden
meer geluk met het weer en zij kenden geen afgelastingen. Op Orleans vlogen
we samen en de zaterdagvliegers van wie beweerd werd dat ze minder goede
duiven hadden maakten gehakt van ons.
Duidelijk bleek dat een gebrek aan ervaring er ook toe bijgedragen had
dat de vlucht
Zo catastrofaal verliep.

1985
In 1985 weer iets geleerd. Ik had een doffer op jongen van drie dagen.
Geen stand dus. Zulke duiven had ik nooit ingezet maar nu deed ik dat
tegen beter weten in wel. Hij won weer de 1e Nationaal.
‘De burgemeester van Orleans’ noemde Martien K schrijver dezes
in een reportage.
Maar inmiddels lijken de prestaties van L Claessens me over alle jaren
toch beter.
Overigens maakte ik met die Orleanswinnaar een andere kapitale fout.
Dat bleek een enorm goede kweker maar daar kwam ik pas achter toen hij
verkocht was. Een van de redenen hem te verkopen was dat hij gewonnen
had met wind mee.
Ik besefte gewoon niet dat zo veel duizenden duiven al is het maar een
minuut voorblijven van klasse moest getuigen.
1993
1993 was een van de mooiste Orleansvluchten ooit.
De zeer krachtige tegenwind duwde de snelheid van de eerste duiven terug
naar rond de 1.100 meter per minuut en overal in het land kwam kwaliteit
boven drijven.
Sint Willebrord maakte haar faam waar met 24 prijzen bij de eerste 40
en alle te winnen series 2 en 3 gingen naar ‘het Heike’. De
liefhebbers uit Nieuw Amsterdam in het hoge noorden deden nog beter met
10 van de 11 eerste prijzen tegen 8.645 duiven.
Koopman was er de smaakmaker met 1, 2 en 3.
De eerste twee duiven brachten 5.000 gulden mee, ja toen werd er nog gepould,
en nog beter dan Koopman deed Cees Hanegraaf uit Hank in Rayon 5.
Tegen liefst 25.886 duiven won hij zeven prijzen bij de eerste 13.
Cees ‘lag’ weliswaar in zijn rayon in de voorvlucht maar hij
zou ook in de zuidelijke Rayons de grote blikvanger zijn geweest. En toen
was vroeg pakken van Orleans nog leuk.
Achter zijn eerste duiven stond respectievelijk 3.082 gulden, 3.677 gulden,
987 gulden, 1.527 gulden, 1.315 gulden, 1.427 gulden.
Moet je nu eens zien
Maar ook in andere rayons waren het veelal de grote namen die zegevierend
werden afgevlagd, iets wat met Orleans zelden het geval is en ondanks
de zeer krachtige tegenwind verliep het concours in de zuidelijke provincies
vlot zonder verliezen.
HELAAS
In het voorwoord van de uitslag van 1993, die prachtige vlucht met liefst
193.500 duiven in concours sprak F. Peeters zijn bezorgdheid uit dat het
wel eens de laatste gezamenlijke lossing zou zijn. Hij vond het onbegrijpelijk
dat men aan Orleans wilde komen en zo dacht de overgrote meerderheid er
over.
Een concours dat zo leeft, een concours waar heel de wereld met ontzag
naar opkeek vanwege de gigantische deelname zelf de nek omdraaien.
Toch moest de oorzaak van de teloorgang gezocht worden bij de liefhebbers
zelf, meer bepaald de liefhebbers die beter zouden willen presteren maar
dat niet konden omdat ze de goede duiven niet hebben. Dat laatste beseften
ze zelf niet, nee, voor hen was de ligging oorzaak van falen en daarom
zouden verschillende rayons op verschillende tijdstippen lossen.
DIEPTEPUNT
1994 Was dan het absolute dieptepunt in de geschiedenis van het grootste
concours van de wereld. Frans Peeters weer schreef in zijn voorwoord dat
hij altijd nieuwsgierig was of Orleans de landelijke pers haalde, want
publiciteit is propaganda voor de sport was zijn terechte conclusie. Maar
hij had niets in de pers kunnen vinden en niet verwonderlijk.
Een concours van 200.000 duiven haalt de pers en zelfs de tv.
Maar nu werd gevlogen van drie verschillende lossingsplaatsen en wat Orleans
betreft in vier groepen op zaterdag en op zondag door ruzie op de losplaats.
De mensen die verdeeldheid wilden hadden hun zin gekregen, maar hoe de
liefhebbers er over dachten bleek uit de deelname. Het jaar voordien vlogen
er nog 111.480 duiven, nu 79.560 ofwel een vermindering van bijna 30 procent.
Hoe de liefhebbers dachten over splitsen kon niet duidelijker uitgedrukt
worden. De grootste schreeuwers waren er in geslaagd Orleans naar de kl…
te helpen vonden velen. Om mee te janken.
VERBIJSTERD
Wat het betekende dat niet meer massaal werd gelost ondervond ikzelf in
1994.
Als ‘wij’ in Baarle Nassau ooit de gelegenheid hadden een
concours helemaal naar onze hand te zetten was het nu wel. Wie vandaag
de eerste wint, wint zo goed als zeker ook nationaal was de algemene opinie
en ik deelde die. De wind was west/noord west en een betere ligging was
ondenkbaar als je helemaal in de zuidoosthoek zit.
Ik kreeg zes duiven tegelijk en toen werd er gemeld.
Zes duiven tegelijk krijgen is geen goed teken maar ik kreeg toch te horen
dat er nog geen duif gemeld was en gezien de gunstige ligging begon ik
aan hele mooie dingen te denken.
Maar gezien het de eerste meldingen waren moest ik nog wel even de ringen
opgeven van de drie eerste duiven in volgorde van hoe die geklokt waren.
Hij had natuurlijk gelijk maar ik meende door de grond te zakken.
Hoe kon ik nu weten welke ik eerst geklokt had (dat was toen nog met gummi’s).
Ik het hok in en pakte drie duiven beet waarvan ik wist dat die bij die
zes waren.
Ze werden opgegeven en nu maar hopen dat voorzitter Piet zijn briefje
kwijt raakte of dat er niet gecontroleerd zou worden.
Het was immers zo goed als uitgesloten dat de opgegeven duiven ook de
eerste duiven waren en dat het de zes eerste prijzen nationaal zouden
zijn daarvan was zelfs Kees Bosua die stond te kijken overtuigd.
Maar wat dacht je wat?
Plaatselijk was het inderdaad 1, 2, 3, 4, 5 en 7 maar nationaal werd begonnen
met prijs 74.
Wat een contrast met 1982 toen de vijfde plaats in de club goed was voor
een 11e prijs nationaal. Nu wist ik pas goed hoeveel sportiever een gezamenlijke
lossing is.
MISLEIDEND
In 1996 werd me pas goed duidelijk hoe misleidend kopprijzen publicitair
kunnen zijn en dat er ook nog sportiviteit is onder de liefhebbers.
Voor de derde keer werd Nationaal Orleans gewonnen. Ik kreeg gelukwensen
allerhande en schaamde me diep.
Nog nooit was de totale prestatie van Orleans zo slecht.
Overigens bleef ik clubgenoot Ad Adams en zoon Ronny maar net voor omdat
zij de pech hadden dat hun duif niet binnen kwam.
De eerste die me gelukwenste was Ad Adams. Het raakte me.
NOG EEN KEER
In 1997 werd dan geprobeerd Orleans in zijn oude glorie te herstellen
en kregen we weer een gezamenlijke lossing.
Het werd wederom een schitterend concours ondanks de hitte met plaatselijk
een concoursduur van ongeveer een half uur maar nadien kwam het nooit
meer goed.
Waren het eerst wat kiesmannen die tegen de wil van de liefhebbers Orleans
naar de vergetelheid hadden willen stemmen, nu kwam de WOWD roet in het
eten gooien.
Althans zo kwam dat over bij de overgrote meerderheid.
Op de afstandsvluchten voor jonge duiven zouden te veel duiven verloren
gaan, 450 kilometer was ver genoeg voor jongen en Orleans werd geschiedenis.
Wat rest van Orleans zijn niet meer dan veredelde afdelingsvluchten beneden
de rivieren, zorgvuldig bewaarde horloges en services met als opdruk Orleans
en de herinnering.
De herinnering aan het mooiste concours van de wereld door de sport zelf
om zeep geholpen.
‘We moeten de sport terug aantrekkelijk proberen te maken’
lees ik in een of ander beleidsplan van de NPO.
Ik snap er dus niets meer van maar dat kan aan mij liggen.
Schaerlaeckens
© Ad Schaerlaeckens |