En toen kwam van Lint of ‘wie lacht met wie?’

Ik was bij een kampioen in Vlaanderen.
Dat hij een kampioen is interesseert hemzelf overigens weinig. Hij is een van die mannen die om geld spelen en onmiddellijk de hokken zou dichttimmeren als de inzet een beker of diploma zou zijn.
De man presteerde heel zijn leven enorm met weinig duiven en gaat dŕŕr spelen waar 'wat te verdienen is'.
Hij liet me wat uitslagen zien. Uitslagen zoals wij Nederlanders die niet kennen.
Concoursen met weinig duiven ingezet door veel liefhebbers waarbij je bijvoorbeeld 'op het eerste blad' zelden drie keer dezelfde naam ziet.
Uitslagen ook zonder 45e of 65e getekenden maar met veel 1e en 2e getekenden.
En dus uitslagen met geld achter de duiven.

MIJN IDEE
Waar men elkaar opzoekt om elkaar geld af te troeven zitten normaliter de betere duiven en dat geldt ook voor competities waar veel liefhebbers samen weinig duiven inmanden.
Als in het ene samenspel 18 liefhebbers 500 duiven inzetten en in het andere 70 man 250 duiven mag men veronderstellen dat in het tweede de betere duiven vliegen.
Mijn gastheer speelde met 10 weduwnaars en niet meer.
'Als je het met 10 niet kunt kun je het met 40 ook niet' redeneert hij.
Ik vroeg hem of hij zijn weduwnaars wekelijks inkorfde en of hij met duivinnen vloog.
Smalend stelde hij een wedervraag.
'Speelde gai elke week en speelde gai duivinnen?’
'Normaal gesproken wel' zei ik.
Hij weer:
'Dat zoude wel afleren menneke as ge om geld zou spelen. Geld verdien je met kopvliegers en dat zijn weduwnaars die de week voordien rust hadden.'
Deze opmerking deed me in diep gepeins verzinken.

ANDEREN
Ik dacht aan Hofkens (‘Gustje de Krol’ in de volksmond). Die speelde ook om de 14 dagen, ‘een week rust maakte van je duiven winnaars’ zei die altijd. Diens grootste concurrent van weleer, Loon van Loon, dacht er ook zo over en dat doen momenteel Vandenabeele en Noel Peiren nog.
Ik las over die Peiren(toch al vele jaren absolute top) ‘als je langer goed wilt spelen moet je duiven sparen’.
Vroeger kon je overal lezen dat rust zo belangrijk was.
Rust zou het meest geëigende middel zijn om duiven te doen recupereren (herstellen) na een zware inspanning.
Daarbij hoorde een aangepaste voeding met weinig of geen erwten omdat die de organen te zeer zouden belasten.
Rust was zelfs genezend wisten wetenschappers en verwezen naar coccidiose, een van de (weinige) kwalen waarvan duiven spontaan kunnen genezen.
Het is veelal een secundaire (bijkomende) infectie die je ziet bij verzwakte duiven.
En hoe krijg je verzwakte duiven?
Door een andere infectie of door stress.
En wat is voor duiven meer stresserend dan die elke week te spelen?
Rust betekent ook regelmaat.
Dat wil zeggen duiven op geregelde tijden loslaten en er niet mee rijden in de week.

TERZIJDE
Zo zal ik een soort ramp van lang geleden niet licht meer vergeten.
‘Soort ramp’ omdat weinig duiven verloren gingen maar om een of andere duistere reden waren wel de goede.
Ik verloor er acht, waaronder, geloof het of niet, de zes eerstgetekende. Daarom ook dat ik het zo goed onthouden heb.
Na die vlucht was ik uitgeteld en meen te weten waarom:
- Mijn beste duiven kwijt.
- Zonder buurman en met zo veel lege bakken verdween een stuk sfeer en daarmee motivatie, want, al kan ik niets bewijzen, ik geloof niet dat een weduwnaar zich huiswaarts rept om 'het eens te doen'; wel om zijn territorium terug in te nemen. En als ‘die duif ernaast’ er niet meer is vermindert mogelijk de drang naar dat territorium.
- Verder kwam ik veel op de hokken om te zien of een van die goede terug was. Ik maakte ze onrustig!

OPSLUITEN?
Weduwnaars opsluiten zou de beste manier zijn ze rust te geven en bakvaster en nijdiger te maken.
Voordeel is ook dat ze elkaar niet makkelijk besmetten en je een perfecte controle hebt op hun 'drink- en poepgedrag'.
Want, zoals bekend, hoe minder duiven drinken hoe beter de organen functioneren.
Opgesloten duiven kunnen ook ongestoord herstellen na een vlucht.
Roger van Quickenborne nam eens de proef, hij sloot de weduwnaars op en… speelde nooit beter.
Wie kiest voor opsluiten moet wel beseffen dat duiven dat moeten kennen.
Nadeel is dat wanneer je individueel voert er minder gegeten wordt.
Vindt U bovenstaande weinig schokkend?
Dat is het ook, oude koek voor een deel.
Maar toen kwamen Koopman, Verkerk, De Bruyn, Leyten, allemaal Nederlanders, en van Elsacker en Van Lint.

TOEN
Zowel Van Elsacker als Van Lint hebben contacten in Nederland maar dat zegt weinig.
Tot Van Lint de streek op haar grondvesten deed schudden.
Verleden jaar pas ging hij met duiven (jongen) spelen, De Bruyn was zijn leermeester. ‘Doe zoals Koopman, Verkerk, Leytens, Van Elsacker ik en veel anderen, speel elke week en ook je duivinnen’ had die hem bezworen.
En aldus geschiedde.
Michel stopte wekelijks alles de mand in, naar afstand werd niet gekeken.
De start was enorm en de concurrentie lachte. ‘Die Michel bleef wel liefhebber.’
Einde jonge duivenseizoen lachten ze nog, maar… toen als boeren met kiespijn.
Gelukkig kon men opgelucht ademhalen.
‘In 2004 was men van hem af vanwege duiven natuurlijk kapot gespeeld.’
Michel liet ze praten en lachte op de minzame wijze zoals alleen hij dat kan.
Toen kwam 2004.

OPNIEUW SPRAAKMAKEND
Hij speelde zijn jaarlingen zoals hij ze als (kapotgespeelde?) jonge duif deed; elke week de mand in, doffers en duivinnen, naar de afstand werd opnieuw niet gekeken.
En weer werd Van Lint DE smaakmaker van het seizoen, over NIEMAND werd meer gepraat dan over hem, het ene heilige huisje na het andere was immers omver gekegeld.
‘Hoe, wie, wat, waarom rust?’
Zelfs coryfeeën als Verbruggen in de war blijkens een reportage over hem in dit blad.
‘EEN man had bewezen dat je duiven elke week tot 600 kilometer kon spelen.’
Dat Gommaar Van Lint bedoelde begreep de grootste idioot.

ACHTER?
Stan Raeymakers, en dat was toch een fijne, zei ooit niet in dubbel weduwschap te geloven. Dat deden Nederlanders en Duitsers die zo veel achterliepen.
En ‘achterlopen’ doen die nog volgens velen waarbij verwezen wordt naar de grote aantallen duiven waarmee gevlogen wordt.
Vraag is ‘wie lacht er met wie?’
Overnachtspelers al lang niet meer met Nederlanders en druppelaars van weleer evenmin met Nederlanders die verduisterden.
Dat deden die al 15 jaar voor ze er ook maar over gehoord hadden.
En de omgeving van Michel lacht al helemaal niet meer met Nederland als duivennatie.

SERGE
België en Nederland, de vergelijking werd twee jaar geleden, vóór velen ooit over Van Lint gehoord hadden al gemaakt ten huize van Elsacker, nooit te beroerd te zeggen waar het op staat als het om de waarheid gaat.
Serge zei alleen nog Nederlandse duiven te willen (al zal dat wel overdreven zijn) omdat die beter en sterker moesten zijn vanwege elke week zo massaal gespeeld op grotere afstanden en de daarop gebaseerde selectie.
Hij was ook ‘op zijn Nederlands’ gaan spelen en dat had hem geen windeieren gelegd.

DIE HOLLANDERS
‘Zijn die Hollanders nu zo slim of wij zo dom?’ vragen sommigen zich af.
Als duiven niet gezond zijn is 50 kilometer nog te ver weten we allemaal.
Maar als ze wel gezond zijn?
Kan je dan wekelijks tot 600 kilometer spelen als je goede hebt en een goed systeem?
Omdat de winnaar altijd gelijk heeft zijn velen gaan twijfelen want Van Lint en Van Elsacker ZIJN winnaars.
Met een Nederlands systeem en wat Michel betreft ook ten dele met Nederlandse duiven.

GEFRUSTREERD
Proeft U dat dit geschreven is door een Nederlander?
U hebt gelijk.
Proeft U enige frustratie?
U hebt weer gelijk.
Want in België heb ik maar al te vaak moeten horen ‘ja bij jullie gaat het een stuk gemakkelijker’.
Hoewel dat de laatste tijd wel is geminderd.
Vanwege Van Lint misschien?

© Ad Schaerlaeckens