Een ander geluid (2/2)     

We pikken de draad weer op bij waar we verleden week gebleven waren:

Mijn duiven hadden dus een beetje coccidiose, enkele wormeitjes en een had (weer een beetje) geel.

Van dat beetje coccidiose werd ik warm noch koud maar die wormeitjes viel tegen. Duiven mogen geen wormen hebben, er was ook al lang niet tegen gekuurd en die enkele keer dat een duif werd onderzocht was de uitslag steeds negatief.

De duif die wat geel had was niet problematisch. Die had immers jongen in het nest van een drietal weken oud die blonken als plaatjes, nooit rechtop staand, nooit piepend, de pluimpjes glad, dus dat liep zo’n vaart niet.

 

COCCIDIOSE

Dat beetje coccidiose bracht me dus niet aan het schrikken en de dierenarts van dienst deed er ook niet moeilijk over.

Wel vroeg hij of ik diens collega Dr. M kende.

Of ik die kende, heel goed zelfs.

En ik wist ook hoe die met coccidiose om ging.

M is ook zo’n dierenarts die met duiven speelt, die kuurt evenmin tegen coccidiose, maar zijn duiven worden daarop wel regelmatig gecontroleerd. Niet om te zien of ze coccidiose hebben maar hoeveel.

Het is voor hem een soort parameter voor de vorm.

De coccidiose laat die voor wat het is want dat is volgens hem geen ziekte van duiven maar van beginnende dierenartsen.

Daarmee bedoelt hij dierenartsen met weinig praktijkervaring die niet beseffen dat een heel klein beetje ‘cocc’ mag.

 

OOK EEN OPVATTING

Die Dr. M is dus van mening dat naarmate hij minder coccidiose vindt de vorm stijgende is. Handig als je van poulen houdt.

Dienaangaande verwees de duivendokter naar liefhebbers die een microscoop hadden aangeschaft maar de een na de ander had die terug ingepakt.

Omdat ze, als ze maar bleven zoeken, altijd wel op wat coccidiose stuitten en er niet goed raad mee wisten omdat ze de grens niet kenden.

Een goed dierenarts kent die wel, vandaar die kruisjes waarmee sommigen werken.

Een beetje coccidiose verdwijnt trouwens vanzelf als het droger wordt, het is meer een secundaire kwaal die hinderlijk wordt bij andere ziektes vanwege een verminderde weerstand.

 

WORMEN

Waarmee ik dus minder gelukkig was waren de wormeitjes. Het waren er weinig, te verwaarlozen zou je zeggen, maar dat is niet zo.

In tegenstelling tot coccidiose is elk wormpje er een te veel omdat duiven daar nooit meer af raken als je niet optreedt.

Bovendien betrof het haarwormen, die zijn het gevaarlijkst en het meest hardnekkig.

Die blijven terug keren als je geen grondige maatregelen neemt.

Dus werd iets meegenomen dat uitermate geschikt was om HAARwormen mee aan te pakken.

Wormmiddelen zijn er volop maar de meest gangbare zijn enkel effectief tegen de veel meer voorkomende spoelwormen.

Ik heb meteen gekuurd, voor de tweede keer zolang ik duiven heb.

Dat snelle optreden had ook te maken met mijn manier van duiven houden, weinig poetsen dus, waardoor je je meer bloot stelt aan infecties en er moeilijker af raakt. Volgende stap was met de brander lichtjes de mest strelen.

Het nadeel van weinig hygiëne is dus dat, als er problemen zijn, je die moeilijker te boven komt dan op schone hokken.

 

GOED ADVIES?

Enkele jaren terug werd ik door de Duitse Duivenbond gevraagd in Fulda een lezing te houden (daar dacht men kennelijk ook dat ik er veel van wist) en maakte er

kennis met een gekend wetenschapper.

Zoals bekend zijn gezondheidsproblemen terug te brengen tot twee hoofdzaken:

De koppen (luchtwegen, ademhaling) en problemen met de spijsvertering (darminfecties, coli, paratyfus).

De man vond dat veel liefhebbers heel wat minder (gezondheids)problemen zouden hebben als ze voor het seizoen een kuurtje gaven met Baytril.

Omdat daarmee zowel problemen met ademhaling en luchtwegen worden aangepakt alsook met de spijsvertering.

Baytril is immers zo’n beetje goed tegen bijna alles.

Een dokter van de Universiteit van Gent beweert dan weer dat elk liefhebber voor het spel zijn duiven zou moeten behandelen met doxycycline.

Daarmee hoefde je ook niet te vrezen voor resistentie.

Ik vroeg meerdere witte jassen hun mening.

 

OPPASSEN

Baytril was een goed medicijn vonden allen maar probleem was dat ook de duivenliefhebbers dat hadden ontdekt.

Dus wat gingen die doen?

‘Blind’ Baytril geven!

Op zich is daar niet zo heel veel mis mee maar men kent de liefhebber. Als die iets geeft is dat vaak te veel.

In geval van Baytril moet je bijzonder oppassen met de duur van de behandeling.

Dat mag volgens ‘experts’ hoogstens een dag of vier, doe je het langer dan ondermijn je het gestel en vraag je om problemen die op langere termijn nog amper te beheersen zijn.

Mij zijn 5 namen bekend die regelmatig (daarmee bedoel ik maandelijks of meer) hun duiven Baytril voorschotelden.

Een van hen is helaas overleden, twee zijn met duiven gestopt omdat na jaren goed spel de successen kelderden en van de andere twee (voorheen ook voortreffelijke spelers) hoor ik niets meer wat wil zeggen dat ze van het toneel verdwenen zijn.

Ze zijn nog liefhebber, hebben dezelfde duiven van weleer maar kunnen die kennelijk niet meer in vorm krijgen. Door te veel Baytril lijkt het.

 

ANDERE VRAAG

Doxycycline wordt tegenwoordig ook (te) veel gegeven, vooral in Amerika wordt het aangewend om zogenaamde ‘ornithose’ (lees problemen met de koppen) te genezen of voorkomen.

Volgens de dierenarts van dienst zijn tetracyclines (overigens ‘familie’) beter.

Zijn mening stond dus lijnrecht tegenover die van die prof in Gent.

Omdat beide me verre van dom leken hebben ze beide mogelijk een beetje gelijk. Mogelijk is de ene liefhebber (bij problemen) meer gebaat bij doxycycline en de ander bij tetracycline, afhankelijk van de aard van de infectie.

Na bovenstaande wil ik nogmaals benadrukken dat al die zaken noodgrepen zijn en je beter tracht te voorkomen dan te genezen door met name te zorgen voor een goed hok waarop duiven gemakkelijk gezond blijven.

Veel kampioenen hebben nooit van Baytril, doxycycline, tetracycline enzovoorts gehoord.

Ze hebben echter wel duiven die een heel jaar door blaken van gezondheid. Weinig van medicijnen kennen heeft als voordeel dat je er af blijft.

 

APPELAZIJN

Waarover ik mijn mening mogelijk moet herzien is appelazijn, ik heb er nooit zo in geloofd, dat schreef ik eerder, omdat ik in weinig geloof.

Ik vond het een modegril.

Maar opvallend was dat de Belgische dierenartsen het over appelazijn zowat allemaal eens waren.

Dat zou een uitstekende ‘ondersteuner’ zijn die duiven minder vatbaar maken voor Coli en ook andere kwalen.

Je zou enkele keren per jaar een soort kuur kunnen geven van een volle week.

Geen koffielepel per liter water maar een eetlepel (zeggen ze) en tussendoor een of twee dagen per week.

Of duiven er inderdaad baat bij hebben?

Ik weet het niet (meer).

                                      

Ad Schaerlaeckens