|
Van Elsacker Jepsen Absolute Top (Deel 2 en slot)
Omdat van zo’n man heel wat te leren valt hebben we wat vragen op hem afgevuurd en de antwoorden liegen er soms niet om. Vraag: ‘Vanwege al die topduiven die je had en nog hebt zie ik door de bomen het bos niet meer en kan die onmogelijk allemaal voorstellen. Daarom is mijn vraag welke duif volgens jou de beste is die je ooit had?’ Antwoord: ‘Daarover hoef ik niet lang na te denken. Dat was ‘Den Extra’ van 1995. Die won 7 eerste prijzen waaronder 3 eerste provinciaal (2 maal van Vierzon). Het was een doffer die minuten vooruit kon vliegen iets wat hem kennelijk in de genen zat. Zijn vader ‘De Castor’ (Asduif Union Antwerpen in 1995) kon dat ook en zijn zoon ‘de Kolonel’ won 2 maal provinciaal Chatearoux, telkens los vooruit. Overigens kwam ‘Den Extra’ uit een rechtstreekse Jos Leuris duivin.’ Vraag: ‘Hier staan nogal wat hokken. Afgaande op de prestaties moeten die goed zijn of presteren duiven toch wel als het goede zijn en is het hok niet zo belangrijk?’ Antwoord: ‘Inderdaad, zonder goede hokken kan je het vergeten. Op mijn vorig adres had ik zolderhokken. Voor mij hadden daar al twee mensen op gespeeld en allebei meer dan voortreffelijk. Die hokken waren kennelijk zo goed dat je er amper slecht op kon spelen. Daarom heb ik die, toen ik verhuisde, enigszins geïmiteerd, dat werd een fiasco en vanaf toen wist ik het zeker: De verlichting en verluchting hebben te maken met de locatie, met andere woorden, een goed hok bij mij in de tuin kan elders tussen de huizen een slecht hok zijn en omgekeerd. Wat ik gedaan heb is mijn hokken minder verluchten maar voorzien van ventilatoren die werken op sensoren en dag en nacht aanstaan. Op de bodem ligt bonenstro. Vroeger kon ik ook verwarmen maar ik heb daar slechte ervaringen mee vanwege hevige vuurtjes die kort branden.’ Vraag: ‘Je speelt dus dubbel weduwschap. Welke duiven presteren het best, doffers of duivinnen, paren de laatste niet en hoe zit het met trainen?’ Antwoord: ‘Het ene jaar vliegen de doffers beter, het andere jaar de duivinnen. Hangt gewoon af van de kwaliteit. Mijn duivinnen paren inderdaad niet en een verklaring heb ik daar niet voor. Is het omdat ze met zo veel zijn? Zijn er die paarzieke tantes in de loop der jaren uitgesorteerd? Ik weet het niet. Wel heb ik ondervonden dat je die niet zo maar in een volière kan zetten. Die dient met name overkapt te zijn. Vroeger liet ik de duivinnen ’s avonds trainen, nu ’s morgens. Herhaaldelijk gebeurde het dat duivinnen overnachtten en ik wil daar geen koppijn van krijgen. De jongen worden gescheiden gespeeld hoewel mijn spel toch dat met oude is.’ Vraag: ‘Wordt er tijdens het seizoen met de duiven gereden?’ Antwoord: ‘Heb ik gedaan met duivinnen maar nooit meer. Allemaal moeite om niks. Toen ik ophield met rijden begonnen ze weer te presteren. Rijden met jongen is in Nederland zo’n beetje mode aan het worden, ik doe alles om te winnen en als ik wist dat ik een superkampioen zou worden met jongen door er mee te rijden zou ik dat doen. Ik geloof er dus niet in maar misschien denk ik ooit anders.’ Vraag: ‘Jij bent steeds op zoek naar beter. Met wie zou je best duiven willen ruilen?’ Antwoord: ‘Het klink arrogant maar in België zou ik niet weten met wie. In Nederland daarentegen zou ik wel enkele adressen weten. Ik denk dat daar momenteel zeker zulke goede duiven zitten als in België. De aantallen duiven zijn hier te klein. In Nederland spelen ze met de massa. Van 10.000 duiven zullen er best veel slechte zijn maar daar moeten ook flink wat klasbakken tussen zitten. Het is een voordeel als je bij de selectie af kan gaan op kopprijzen gewonnen tegen zo veel duiven. Dat leidt automatisch tot een beter gemiddelde.’ Vraag: ‘Zitten in de soms omstreden Union dus niet de beste duiven van België?’ Antwoord: ‘Vroeger! Nu zitten de beste halve fondduiven in de PROVINCIE Antwerpen. De beste eendaagse fondduiven moet je naar mijn mening in Oost Vlaanderen zoeken en wat overnacht betreft zijn we gauw uitgepraat. Daarvoor moet je in Nederland zijn. Over krachtsverschillen van vitesseduiven kan je moeilijk oordelen. Er zijn te veel samenspelen en je kan niet vergelijken.’ Vraag: ‘In Belgie speelt de massa nog op Quievrain, amper 120 kilometer. Zouden die duiven verder kunnen?’ Antwoord: ‘Sommige.’ Eric Berckmoes, die aan was komen schuiven en met soort van vitessekoning Albert Marcelis al een 1e Nationaal op de fond won knikt instemmend. Vraag: ‘En nu het medisch plaatje. Hoe ziet dat er voor jou uit?’ Antwoord: ‘Hier zijn we gauw uitgepraat. Vroeger speelde ik kort op de bal. Wilde geen enkel risico nemen maar ik ben in de loop der jaren steeds minder gaan geven. Nu nog amper 10 procent van vroeger denk ik. Dus hetzelfde verhaal als met schoonmaken. Vroeger was ik een poetser, nu allesbehalve. Als ik iets doe of geef zijn dat meestal producten van de Weerd. Er is de jaarlijkse kuur tegen paratyfus, afwisselend met parastop of theraprim en tegen de koppen wordt opgetreden als ik slecht gespeeld heb en vooral als de duiven bij het opleren niet van de lossingplaats vertrekken. Dat kan Suanuvil zijn, Baytrill, lincospection of Orni Special. In ieder geval niet steeds hetzelfde. Enten tegen PMV gebeurt voortaan bij het spenen.’ Vraag: ‘Aan welke bijproducten hecht je veel waarde?’ Antwoord: ‘Vroeger aan vele, maar nu geloof ik in niet veel meer. Niet in biergist, niet in thee en niet in appelazijn. Alles heb ik al geprobeerd en ben er alleen maar nuchterder door geworden. Weet je aan welk ‘bijproduct’ ik al veel eerste prijzen te danken heb? Een leger kleine witte ‘Maltheserduiven’. Dat zijn lokkertjes waarmee je alles kan doen en die hier aarzelende duiven bij aankomst van een vlucht meteen binnen doen stuiven. In Sedochol geloof ik wel, dat wordt dan ook een heel jaar gegeven. Vroeger gaf ik veel vitamines maar ook daar ben ik steeds meer van afgestapt. Vraag: ‘Hier komen nogal wat liefhebbers over de vloer, voornamelijk Duitsers, Belgen, Nederlanders en Amerikanen. Kan je die in het kort typeren?’ Antwoord: ‘Het klinkt slijmerig maar Hollanders zijn de beste liefhebbers. Omdat ze gedreven zijn en vernieuwend. Niet voor niets vonden zij het verduisteren uit en nam ik het dubbel weduwschap over van een Nederlander. Belgen zijn vastgeroest in oude gewoontes. Ze weten allemaal hoe mijn duiven komen maar dacht je dat iemand mijn methode overneemt? Men durft gewoon niet. En kijk eens naar ons vervoer en onze klokken. We zijn hier te lang stil blijven staan. Dat zal wel in de volksaard liggen zeker? De Duitse sportvrienden geloven te veel in ras en medicijnen en Amerikanen zijn misschien aardige mensen maar als duivenliefhebber op zijn zachtst gezegd apart. Vraag: ‘Heb je last van de kwaal van deze tijd, Coli, en wat doe je om het te voorkomen?’ Antwoord: ‘Vroeger had ik daar serieuze problemen mee. Ik probeerde appelazijn maar daar kan je niets mee ondervond ik. Nu heb ik amper meer last en dat komt door het lezen van een artikel van jouw hand waarin je schreef dat je de mest moet laten liggen en steeds hetzelfde voeren. Heb ik gedaan en sindsdien maar een keer kleine problemen gehad. Wel vind ik dat je piepers al vanaf het spenen op een ‘vuil’ hok moet zetten zodat ze onmiddellijk immuniteit op gaan bouwen.’ Vraag: ‘Waar let je op bij de selectie? Wat voor soort duiven zie je graag?’ Antwoord: ‘Ik ken daar niet veel van. Daarom dat ik een massa jongen kweek en veel duiven speel. De uitslagen leren me welke de goede zijn waar ik mee vooruit kan.’ Wel wordt de gezondheid scherp in de gaten gehouden. Een viertal keer per jaar komt de dierenarts langs want bij mij moeten duiven altijd blaken van gezondheid. Ik houd daar bij de selectie trouwens rekening mee. Vogels waaraan je steeds moet sleutelen terwijl de rest gezond is zijn duiven zonder toekomst. Die kunnen vertrekken.’ TOT SLOT Tot zover Serge van Elsacker. Adembenemende uitslagen zijn het resultaat van goede duiven op goede hokken en uitmuntend vakmanschap. Hij heeft een beetje een Hollandse inslag. Niet die geveinsde bescheidenheid die veel van zijn landgenoten zo typeert maar recht voor de raap, een eigenschap die Belgische voetballers in ons land zo waarderen na een moeilijke gewenningsperiode. Dat het de melker EN de duiven zijn, werd in 2002 gedemonstreerd door Camiel Nulens die wat eieren bij Serge had gehaald en er een wonderduif uit kweekte, die de provinciale overwinningen aaneenreeg, Nationale Asduif werd en… weer een hoop Leurisbloed in de aderen had. Of ik iets met Leuris heb? Ja dus. Die was bij leven een concurrent en een vriend wiens duiven destijds nooit de eer kregen die ze verdienden. © Ad Schaerlaeckens |
